Opinie: Geen naamswijziging kan de adviescommissies redden

Als bestuurscommissielid in Amsterdam West maakt lijsttrekker Jelle de Graaf het bestuurlijk stelsel van dichtbij mee. Hij verbaasde zich dan ook zeer over de verbeteringen die Jeroen Mirck, D66 raadslid in Nieuw-West zijn eigen partij afgelopen maandag in het Parool meegaf over het nieuwe bestuurlijk stelsel. In dit opiniestuk vertelt hij wat er wel nodig is om de lokale democratie te redden.

Het blijft lastig. D66 en democratie. Eerste draaide D66-wethouder Choho zorgvuldig elke zinnige vorm van stadsdeelbestuur de nek om, door de bestuurscommissies af te schaffen en te vervangen met tandeloze adviesgroepen. Ongeveer elke lokale maatschappelijke organisatie en de gehele oppositie vielen over hem heen. Maar, zo was de bezweringsformule, in de uitwerking van de plannen zou het allemaal blijken mee te vallen. Als kandidaat-lijsttrekker werd Choho’s verhaal opeens dat D66 er binnen de wettelijke mogelijkheden juist alles had gedaan om de lokale democratie te versterken. Vervolgens verscheen de uitwerking van de plan en wat bleek, het viel allemaal helemaal niet mee. Een nieuwe ronde van teleurgestelde bewoners en boze maatschappelijke organisaties was het gevolg. Met de verkiezingen in zicht valt nu ook Jeroen Mirck, bestuurscommissielid van D66 in Nieuw-West, zijn partij aan.

Dat D66-ers het lef hebben hun bestuurlijk stelsel te bekritiseren is mooi, maar het is overduidelijk dat het bijschaven van het huidige plan niet genoeg is. Een adviescommissie krijgt niet magisch invloed als je haar naam verandert in stadsdeelcommissie. Net zo min als opschrijven dat haar adviezen zwaarwegend zijn maakt dat deze serieus worden genomen. Willen we dat de verschillende belangen van een complexe en diverse stad als Amsterdam vertegenwoordigd worden hebben we lokaal bestuur dicht bij de Amsterdammer nodig. Geen clubs die slechts adviezen kunnen geven dus, maar organen die zelfstandig beslissingen kunnen nemen over onderwerpen die lokaal spelen.

Soms is een gekozen bestuurscommissie daar het beste voor, bijvoorbeeld als het gaat over de vraag hoe we omgaan met onze druk gebruikte straten, pleinen en parken. Als er grote stedelijke belangen spelen is het logisch dat beslissingen op de Stopera worden genomen. Ook dan is geen adviescommissie nodig, waarom wint de gemeente niet rechtstreeks advies in bij alle lokale organisaties en bewonersgroepen die al bekend zijn?

Op andere momenten kunnen nieuwe vormen van democratie uitkomst bieden. In Amsterdam West gebruiken we nu al een online platform om een deel van de agenda van de bestuurscommissie te bepalen. Dit zou Amsterdam veel meer moeten doen, bijvoorbeeld bij de commissievergaderingen van de gemeenteraad. Politieke gevoelige problemen kunnen vaak met veel draagvlak worden opgelost door bewonersfora. Hier neemt een gelote groep bewoners met hulp van experts zelf beslissingen. IJsland heeft op die manier een grondwet gecrowdsourced en dichter bij huis is het duurzaamheidsbeleid van Utrecht zo tot stand gekomen.

Het afschaffen van lokaal bestuur is niet alleen een recept voor boze en teleurgestelde Amsterdammers, maar ook voor vier jaar slecht eenheidsworstbeleid. We kunnen het ook anders doen. Door een verfijnd systeem waarin de Stopera, lokaal bestuur en nieuwe vormen van democratie elkaar aanvullen kunnen we recht doen aan de diversiteit van de stad.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *